Werkwoordspelling d of t: zo werkt het
Veel studenten vinden de spelling van werkwoorden lastig.
Zo bepaal je of je een d of t schrijft:
Stap 1: Zoek de stam
Bijvoorbeeld:
werken → werk
Stap 2: Gebruik ’t kofschip
Als de laatste letter van de stam in ’t kofschip zit, gebruik je een t.
Voorbeeld:
werken → werk → k zit in ’t kofschip → werkt
Waarom belangrijk?
Dit voorkomt veel fouten in de LKT-toets.
Oefenvraag:
Wat is correct?
A) hij werkd
B) hij werkt
C) hij werket
Antwoord:
B
Bekijk ook:
Synoniem
Antoniem
Homoniem
Kernzin
Hoofdgedachte
Signaalwoorden